
kadaster 1832
De boerderij werd vererfd via de gebruikelijke route Tjibbe Andries en Inkjen Andries (zie stemkohieren 1838, 1852 en 1858) - Andries Tjibbes - Tjibbe Andries en Durkje Bokkes. Na de verdeling van het bezit van de laatsten over hun drie kinderen kwam 30/31 samen met 32/33 in bezit van Sjoukje Tj. Andringa en haar echtgenoot Douwe Alkema. De oude boerderij werd in 1879 afgebroken en in 1885 herbouwd. Aan de westkant kwam toen ook een arbeidershuis.

De gebouwensituatie is, afgezien van modernisering als een nieuwe ligboxstal, daarna eigenlijk geen verandering meer gekomen. Het arbeidershuis is inmiddels weer afgebroken. Op de boerderij wordt vandaag de dag als enige op de Tsjerkebuert nog een agrarisch bedrijf uitgeoefend, waarmee ook het grondbezit van de saten 27 t/m 33O in feite tot één geheel is gemaakt.
Aan de Bûtewei
Op het heideveld F71 vlak achter de Bûtewei werd na ontginning van de grond in 1926 tegen de grens met sate 29 een boerderij gebouwd, de familie Rooks werd huurder. Daar werd ook de naastgelegen grond F72 op de uitgang van sate 29 gebruikt. Deze beide percelen verwisselden binnen de familie Andringa door ruiling van eigenaar, uiteindelijk werd de grond in 1940 opnieuw ingedeeld.

De huizen aan de vaart
Op uitgang 30/31 bevond zich langs de vaart een zevental huizen, in bezit bij verschillende eigenaren. In de loop der jaren zijn ze verschillende keren afgebroken en weer nieuw gebouwd, gesplitst en verenigd, ze verwisselden ook vele malen van eigenaar. In 1832 was de situatie als volgt:

Het meest westelijke huis was in bezit van de Hemriker familie Van der Sluis, het huis daarnaast van de wed. Bouma. Beide werden aangekocht door de familie Andringa, in 1887 werden ze afgebroken en kwamen er nieuwe huizen. Ook het huis aan de oostkant van Alkema's reed, eerst van timmerman Harmen van der Schaaf, werd in 1852 door Tj. Andringa aangekocht. Hij gaf het in erfpacht aan de Armvoogdij van de Buitenarmen, opgevolgd door de Instelling voor Maatschappelijk Hulpbetoon in de gem. Opsterland. Hier kwam in 1914 een nieuw pand. Hieronder de situatie in 1890:

De volgende vier huizen waren in 1832 eigendom van wed. IJbe Lolkes Veenstra, een schoonzuster van de grootgrondbezitter Antje Lolkes, wed. Andries Heeres. Ook deze huizen kenden vele wijzigingen, zowel qua bouw als qua eigenaar.
De meest westelijke dubbele woning ging over naar Anne Steltman, die op het verenigde perceel in 1848 één huis bouwde dat hij in 1855 verkocht aan schoenmaker Klaas Everts Hoekstra. In 1904 kwam ook dit huis in handen van Tjibbe Andringa. Links de situatie in 1848, rechts die in 1883.


Ook in het huis daarnaast woonde lange tijd een schoenmaker, Marten Foppes Post. Enige tijd was het opgesplitst in twee woningen, waarvan het oostelijke in erfpacht was van de diaconie van Wijnjeterp. Uiteindelijk werden de panden weer verenigd en werd er een herberg gevestigd. Kastelein waren o.a. Folkert van Wallinga (1895), Koert van der Sluis (1897), Leffert Blaauw (1916) en Cornelis Pals (1920). In 1953 werd het perceel aangekocht door Harm Friso, zijn schoonzoon Engbert Hoekstra vestigde er in 1967 een garagebedrijf. Hieronder de situatie in 1850, 1871, 1893 en 1921:




Het laatste huis, de voormalige groentewinkel van Bertus Meijer, kende ook veel varianten. Op het erf werd in 1867 nog een klein huisje gesticht, recht tegenover de draai. Hier woonde enige tijd later de schoenmaker Foppe Martens Klaver. De verschillende situaties hieronder dateren uit 1846, 1904 en 1921



De huidige situatie:
